Wanneer uitkijktorens belangrijker zijn dan het uitzicht
De wolf en de bever zijn dan wel teruggekeerd, toch gaat het bergaf met de biodiversiteit in ons land, schrijftJelle Van den Berghe.


Wereldwijd zien we een opvallende paradox: we beschermen steeds grotere oppervlaktes natuur, maar toch neemt de biodiversiteit af. Ook bij ons zien we die trend. De steeds groeiende noodzaak van mensen om natuur te ‘gebruiken’ speelt zeker een rol, zoals Steven Vanonckelen eerder schreef (DS 4 maart). In de natuurgebieden vinden te veel recreatieve activiteiten plaats. Denk maar aan wandelnetwerken, fietsroutes, mountainbiketrails, natuurbegraafplaatsen, avonturenruns, overnachtingen, hondenlosloopweides, speelbossen, festivals, filmvertoningen in openlucht, natuurtrailruns, fluisterbootjes, hobbyvisserij en hobbyjachtgebieden. Die hebben een aantoonbaar negatieve invloed op de biodiversiteit.

Dat er een noodzaak is aan gebruik- en belevingsnatuur is duidelijk. Maar of de oplossing is om de luttele percentjes (top)natuur die ons nog resten daarvoor op te offeren, betwijfel ik. Willen we natuurbegraafplaatsen? Waarom richten we onze begraafplaatsen dan niet in als natuur? Dezelfde redenering gaat op voor veel van de andere activiteiten die in de natuurgebieden zijn binnengeslopen.

Red het gentiaanblauwtje

We dragen in Vlaanderen een globale verantwoordelijkheid voor een aantal soorten en habitats die alleen bij ons en in onze buurregio’s voorkomen. Het is een trend om voor elke vorm van natuur te berekenen hoeveel die boom, dat grasland, dat stukje heide, die vlinder opbrengt voor onze maatschappij. Het gevolg is dat de beoordeling of een stuk natuur waardevol is, steeds minder gebeurt op basis van ecologische gronden, en steeds meer op basis van economische gronden. Het lijkt bijna belangrijker om een uitkijktoren te plaatsen of een spectaculaire fietsroute aan te leggen dan om het gentiaanblauwtje, de Amblève-huislook (de enige endemische soort in België) of de zonnedauwvedermot te beschermen of te redden.

Willen we natuur­begraafplaatsen? Waarom richten we onze begraafplaatsen dan niet in als natuur?

Noem me gerust een romanticus, maar rijke, relatief ongerepte verdient in mijn ogen absoluut een plaats in ons landschap en beleid. De daaraan verbonden ecosysteemdiensten zullen, na berekening, waarschijnlijk hoger liggen dan doorgerekende antropocentrische natuurplannen.

Versnipperde natuur

In Vlaanderen is 166.322 hectare - goed voor 12,3 procent van het Vlaamse grondgebied - ingekleurd als Natura 2000 gebied. Dat zijn gebieden waar er een strikte Europese bescherming van bijzondere soorten en habitats geldt. In principe. Want wanneer je kijkt naar de oppervlakte natuur die werkelijk onder natuurbeheer ligt, is het plaatje heel wat minder rooskleurig. De oppervlakte erkende natuurreservaten, Vlaamse natuurreservaten en bosreservaten bedraagt nog geen 30.000 hectare. Tel daarbij de militaire domeinen met natuurbeheer en dan landt Vlaanderen op net geen 40.000 hectare natuur onder natuurbeheer. Dat is nog geen 3 procent van de totale Vlaamse oppervlakte.

Volgens het rapport ‘Natuurindicatoren’ van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek bedraagt de oppervlakte onder effectief natuurbeheer 84.454 hectare. Maar daar zitten ook alle productiebossen en parken in die door zowel particulieren als overheden worden beheerd. De ecologische waarde daarvan is erg variabel. De natuur in Vlaanderen is versnipperd. De gebieden die ruimtelijk bestemd zijn voor natuur zijn vaak kleine landschapssnippers die omgeven of doorsneden worden door ander landgebruik zoals landbouw, bebouwing, industrie of verkeer. En dat zijn net de functies die door stikstofemissies, grondwaterverlaging en pesticidengebruik de natuurkwaliteit negatief beïnvloeden.

De randeffecten worden versterkt doordat de activiteiten met negatieve impact zelfs in gebieden die in principe bestemd zijn voor natuur nog steeds aanwezig zijn. Daardoor is het erg moeilijk om de biodiversiteit in Vlaanderen erbovenop te helpen, zo niet onmogelijk. Als we het tij willen keren, zal er meer nodig zijn dan een theoretische bescherming van een bepaalde oppervlakte gronden. Het is broodnodig om veel meer natuur onder effectief natuurbeheer te krijgen, via intensief overleg maar met een vastgeklonken eindresultaat. Dat is de enige weg naar een stabiele en liefst herstellende biodiversiteit in Vlaanderen. Meer natuur is ook een van de meest efficiënte maatregelen voor het klimaat. Met die 3 procent komen we er niet.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190315_04259453